Een familie, geen vast peloton
Bij vrij levende wolven bestaat een roedel meestal uit de voortplantende ouders en hun nakomelingen van één of meer jaren. De samenstelling verandert voortdurend: welpen worden geboren, oudere jongen trekken weg en dieren sterven. Daardoor is één vast getal voor roedelgrootte misleidend. De groep is doorgaans het grootst na de geboorteperiode en kleiner nadat jonge dieren zijn vertrokken.
Territoria verschillen sterk in omvang
Een roedel gebruikt en verdedigt een territorium tegen niet-verwante wolven, onder meer met geurmarkeringen en gehuil. WUR noemt voor Europa meestal ongeveer 200 vierkante kilometer en een waargenomen bandbreedte van circa 80 tot 400 vierkante kilometer. Voedselaanbod, veilige rustplaatsen, landschap en naburige roedels beïnvloeden de omvang. Een kaartgrens is daarom een onderbouwde benadering, geen hek waar een wolf niet overheen gaat.
Voortplanting en vertrek
De paring vindt gewoonlijk in februari of maart plaats. Na een draagtijd van ongeveer 63 dagen worden de meeste welpen begin mei geboren. WUR berekende voor Nederland een gemiddelde waargenomen worpgrootte van 4,7; vroege sterfte kan op camerabeelden worden gemist. Vaak plant alleen het ouderpaar zich voort, maar uitzonderingen komen voor. Jonge wolven verlaten doorgaans vanaf ongeveer 10 tot 22 maanden het ouderlijk gebied. Zulke zwervende wolven kunnen honderden kilometers afleggen.
Wat staat er op het menu?
Wolven zijn opportunistische jagers met een voorkeur voor hoefdieren. In de Nederlandse context is ree doorgaans de belangrijkste wilde prooi; het aandeel van wild zwijn, edelhert en damhert hangt af van wat lokaal voorkomt. Ook kleinere dieren en aas kunnen worden gegeten. Gehouden dieren, vooral schapen, worden eveneens aangevallen. Het aandeel daarvan in het totale dieet en het aantal schadegevallen zijn verschillende maten: één aanval kan meerdere dieren treffen. Praktische informatie staat bij wolven en vee.
Territorialiteit is geen exact maximum
Doordat naburige roedels elkaar grotendeels uitsluiten, blijft de dichtheid relatief laag. Dat betekent niet dat een gebied vanzelf een onveranderlijk maximum bereikt: territoria kunnen verschuiven, paren kunnen verdwijnen en geschikt leefgebied kan anders worden benut. De actuele ligging van bekende gebieden staat bij Nederlandse wolvengebieden.