Beeldkwaliteit bepaalt wat je kunt zeggen
Infraroodnachtbeelden zijn monochroom; belichting, afstand en hoek veranderen contrast en verhoudingen. Daardoor zijn kleur, oogglans en een vermeende zwarte staartpunt geen harde kenmerken. Ga bij twijfel terug naar de uitgebreide vergelijking wolf of hond.
Controleer vóór je deelt
- Bekijk de hele reeks: beelden vóór en na het beste frame tonen staartdracht, pas en lichaamsverhoudingen beter.
- Zoek schaal: meet later een boom, paal of spoor op dezelfde afstand. Zonder afstand en referentie is formaat schijnprecisie.
- Bewaar originelen: stuur ongecropte foto's of video's met datum, tijd en metadata; een screenshot verliest informatie.
- Noteer context: exacte camerahoogte en -richting, locatie, tijdzone en eventuele andere beelden helpen de validatie.
- Sluit alternatieven niet te snel uit: hond, vos en incidenteel goudjakhals kunnen op één frame anders ogen dan in beweging.
Wat kan een wildcamera aantonen?
Goede beelden kunnen volgens het Monitoringplan aanwezigheid, voortplanting en soms conditie ondersteunen. BIJ12 waarschuwt tegelijk dat individuele wolven op camerabeeld meestal niet herkenbaar zijn en dat niet altijd de hele roedel verschijnt. Aantallen of identiteit vragen daarom aanvullende beelden en vaak DNA.
Melden en verantwoord opstellen
Dien zelfstandige camerabeelden in bij het Wolvenmeldpunt van BIJ12. Zag je het dier zelf, dan kun je ook je zichtwaarneming bij WolfAlert melden en het beeld noemen voor de verificatie. Plaats camera's alleen met toestemming van eigenaar of terreinbeheerder, zonder lokaas en zo dat dieren niet worden verstoord. Een korte video of fotoreeks met een gemeten referentiepunt is informatiever dan één fraai portret.