Prent én loopspoor
Een afdruk van wolf of grote hond heeft vier tenen, vaak nagelafdrukken en een middenvoetkussen. Bij een wolf is de prent doorgaans 8–10 centimeter lang en relatief ovaal. Ondergrond, glijden en dubbele afdrukken kunnen maat en vorm flink veranderen.
- Meet meerdere prenten: leg een meetlat ernaast en fotografeer recht van boven. Noteer lengte en breedte; gebruik geen munt als enige schaal.
- Meet de pas: meet in draf van één voorpoot tot de volgende afdruk van diezelfde voorpoot. Het Monitoringplan noemt bij gesnoerde draf minimaal 110 centimeter.
- Lees een langer traject: een wolf loopt vaak regelmatig en doelgericht. Een hond zwenkt vaker naar geuren of menselijke sporen, maar ook honden kunnen recht en gesnoerd lopen.
Keutels: opvallend, niet uniek
Wolvenkeutels zijn vaak grijsbruin, grof, circa 2,5–3 centimeter dik en 20–30 centimeter lang, met haren of botresten. Territoriale wolven leggen ze geregeld zichtbaar op een pad of kruising. Grote honden kunnen vergelijkbare ontlasting achterlaten. Laat de vondst liggen: aanraken of meenemen kan DNA vervuilen en verstoort een geurmarkering.
Een kadaver vertelt niet vanzelf wie beet
Een keelbeet, aangevreten achterhand of geopende buik komt niet alleen bij wolven voor. Aaseters kunnen het schadebeeld na de dood veranderen. Vaststelling vraagt onderzoek naar onderhuidse bloedingen, omgevingssporen en vaak DNA. Laat de vindplaats zo veel mogelijk onaangeroerd. Meld gehouden dieren zo snel mogelijk volgens de stappen bij wolven en vee; meld een wildprooi bij het Wolvenmeldpunt en informeer de terreinbeheerder.
Zo documenteer je de vondst
Maak overzichtsfoto's, beelden van het spoor in de lengterichting en scherpe detailfoto's met meetlat. Noteer locatie, datum, ondergrond en looprichting. Loop een spoor alleen terug, tegen de bewegingsrichting in, om verstoring te beperken. Dien sporen, keutels en wildprooien in bij het landelijke Wolvenmeldpunt van BIJ12; WolfAlert is bedoeld voor je zichtwaarneming.